Een poolbiljart is uiterst
vlakke rechthoekige tafel met een leistenen blad
bekleed met geschoren laken. In dit blad zitten zes
uitsparingen (pockets), twee in het midden van de
lange zijden en op de vier hoeken. Rondom dit blad
zitten de banden. Er zijn zestien ballen, één witte
bal waarmee gespeeld wordt, acht effen gekleurde
ballen genummerd 1 t/m 8 en zeven gestreepte ballen
genummerd 9 t/m 15. Het spel wordt gespeeld door
twee spelers. Alleen de witte bal mag gespeeld
worden en met niets anders dan de keu.
Voorbereiden spel:
·De genummerde ballen worden in een
triangel gelegd waarbij de punt
wijst naar de witte bal. de eerste bal uit de triangel komt op de
stip
te liggen. ·De witte bal komt daar recht tegenover
op de andere stip
Het spel start nadat is
besloten wie er begint door een munt op te werpen of
iets dergelijks.
Doel van het spel is jouw
ballen weg te spelen in de pockets en als laatste de
8bal.
Welke jouw ballen zijn (effen
of gestreept) is afhankelijk van de bal die bij de
afstoot als eerste in een pocket rolt (gepot); als
er zowel gestreepte als effen ballen worden gepot of
helemaal geen bal gepot wordt,
wisselt de beurt en mag de andere speler besluiten
met welke ballen er wordt gespeeld.
Wanneer een speler een van zijn
eigen ballen pot mag hij nogmaals stoten.
De beurt gaat naar de ander als
er wordt gemist of een bal van de tegenstander wordt
gepot.
Als de witte bal in een pocket
rolt wisselt de beurt en de speler plaatst de bal
ergens achter de lijn van de afschietstip.
Wie als eerste al zijn ballen
en daarna de 8bal heeft gepot heeft gewonnen.
Wie de 8bal pot voordat zijn
andere ballen zijn gepot heeft verloren.
Een van de regels van het
poolspel is dat er vaak van de standaardregels wordt
afgeweken, zo wordt er in Amsterdam gesteld dat de 8
bal gepot moet worden in de pocket tegenover die
waarin de laatste bal gepot is.
Van tevoren
afspreken hoe er ter plekke gespeeld wordt is dus
raadzaam.