|
De
flipperautomaat - de cracks onder U weten het
allemaal wel - voor de rest volgt hier toch een
aantal wetenswaardigheden.
Het flipperen
is ontstaan uit de bingoautomaat, een schuin naar
beneden aflopende plaat hout onder een glasplaat met
25 gaten waar de ballen in konden rollen,
rechtsonder kwam de bal tevoorschijn die met een
schietmechanisme naar de bovenzijde van het
speelveld geschoten kon worden. Om een prijs te
kunnen winnen moesten er 3, 4 of 5 ballen in een rij
liggen. Om het rollen onvoorspelbaar te maken zaten
er over het speelveld spijkers verdeeld, vandaar de
Amerikaanse naam pinball. De behoefte om het spel te
kunnen beïnvloeden maakte dat er links en
rechtsonder twee armen, de flippers, werden
gemonteerd om de bal terug naar boven te kunnen
schieten d.m.v. twee drukknoppen.
Hieruit is weer
later de flipperautomaat uit ontstaan, het
kansspelelement werd verlaten en nu was het de
bedoeling punten te scoren door hier en daar in het
speelveld geplaatste targets aan te schieten. Bij
een bepaald aantal punten kon men nog een keer
gratis spelen. Het succes van deze eerste flippers
was zo groot dat de fabrikanten het mogelijk maakten
om met meer spelers te spelen, soms wel 6, ook
werden er driftig nieuwe features ontwikkeld die in
de hedendaagse flipperautomaten nog aanwezig zijn.
De bekendste
daarvan zijn:
• De
popbumper,
een paddestoel die de bal met kracht wegschiet in dezelfde hoek als
waar die vandaan kwam.
• De slingshot,
een strak gespannen rubber ring met daarachter een elektromagneet,
schiet de bal met effect weg in de tegenovergestelde hoek als
waarin
deze aankwam.
• De vuk (vertical upright kicker)
uit een gat in het speelveld wordt de bal recht omhoog geschoten
tegen iets wat deze doet afbuigen.
|